humor


de humor zelfst.naamw. (m.) uitspraak: [ˈhymɔr]
eigenschap of keer dat je grappen maakt of om iets grappigs kunt lachen
voorbeeld: `gevoel voor humor hebben`, `een man met humor`


Het is een hardnekkig misverstand dat mensen met autisme geen humor hebben.

Onze  humor is gewoon anders.
We zijn tuk op taalgrapjes, houden van herhaling  en maken associaties die voor neurotypicals niet evident zijn. Omdat we detaildenkers zijn, lijkt onze humor bovendien vergezocht.

enkele voorbeelden:

Zij hebben een gruwelijk.’

slecht huwelijk

Tijd eelt alle wonden.’  

eelt op zijn ziel / tijd heelt alle wonden

‘Hij is gestoord, maar niet
prettig.’

prettig gestoord is volgens mij een
belachelijke combinatie

chocolala’   

overgenomen van een peuter,  klinkt zoals het smaakt

                          

In ‘Asterix en de Helvetiërs’ vervelen de Romeinen zich zo erg dat ze straffen verzinnen voor wie zijn brood in de kaasfondue laat vallen: de 1ste keer zijn het zweepslagen, de 2de keer stokslagen en de 3de keer wordt de onhandige geketend in de rivier gegooid. Ik roep al 35 jaar at random:  ‘de zweep, de zweep’‘de stok, de stok’, ‘in de rivier, in de rivier’, wanneer iemand een stommiteit begaat.

Enkel mijn zus en ik barsten dan spontaan in lachen uit.

In ’De lauwerkrans van Caesar’  is Obelix zo dronken dat hij steeds “Broeva, Haro‘ roept.
Ik heb dit overgenomen, ongeacht mijn alcoholpercentage.

Als mijn cursisten kloegen dat ze de Franse grammatica moeilijk vonden, antwoordde ik vaak:
“Als we allemaal bij elkaar blijven, kan ons niets gebeuren’.

Wanneer iemand zegt dat het koud is, repliceer ik soms dat ik daar door mijn warme persoonlijkheid geen last van ondervind.

opmerking:

Het staat je vrij om al dan niet te panikeren, wanneer je als neurotypical bovenstaande  autistische humor grappig vindt.