rituelen

Een ritueel is een opeenvolging van handelingen in een bepaalde volgorde en op een welbepaalde plaats. Een ritueel is het product van een cultuur. Veel rituelen zijn tot stand gekomen in religieuze gemeenschappen. Ongeacht de specifieke verscheidenheid van sociale rituelen en hun diversiteit in tijd en ruimte, lijkt het bestaan van dergelijke praktijken universeel te zijn. Rituelen worden gekenmerkt door de nadruk op de vorm (de exacte uitvoering van een handeling is belangrijk), herhaling (het is pas een ritueel als het meermaals wordt opgevoerd) en symbolisme (rituele handelingen hebben symbolische betekenis).

Rituelen worden in verschillende sociale wetenschappen bestudeerd. De sociale psychologie is geïnteresseerd in de interactie met andere leden van de groep tijdens het ritueel. Psychoanalyse heeft betrekking op de psyche van individuen. In de ethologie wordt de evolutionaire aard van de rituelen benadrukt.

Er wordt gepoogd traditionele rituelen te behouden. Zo worden bepaalde rituelen beschermd door plaatsing op de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van UNESCO.

Ik ben verzot op zelfverzonnen rituelen. Ze geven mij rust in een chaotische wereld en staan mij toe mijn omgeving weg te filteren. Sommige bestaan al van mijn kindertijd, een aantal is verdwenen, om plaats te maken voor nieuwe.

Mijn rituele handelingen gebeuren stiekem, hoewel dat wel eens kan tegenvallen.

  • Ik eet nooit chips, nootjes of snoep zonder te tellen, ze moeten tot 3, 5, 8, 15, 18 of 25 gegeten worden. In een gulzige bui, zijn het er meer en begin ik opnieuw te tellen.
  • Winegums eet ik in kleurvolgorde: wit, geel, groen, oranje, rood, paars en dan weer een nieuwe reeks. Voor M & M’s geldt geel, groen, oranje, rood, blauw, bruin. Bovenvermelde telregel vervalt.
  • Als ik een boek lees, stop ik bij hoofdstuk 3, 5, 8, 15, 18 of 25 en daarboven bij een veelvoud van 5. Een boek zonder hoofdstukken leg ik pas opzij als het paginanummer een veelvoud van 25 is. Boekenwijzers zijn aan mij niet besteed.
  • Op school hing ik mijn jas alleen aan een oranje kleerhanger. Het kon gebeuren dat ik de jas van een college naar een roze of groen exemplaar overhevelde.
  • Voor ik in mijn voormalig appartement de deur uitging, liep ik tot 3 maal terug om te checken of het strijkijzer uit stond. Maar vanaf ik uit volle borst ‘het strijkijzer staat uit’ zong tot ik in de lift stapte, lukte het om na 1 keer checken het huis te verlaten. Vervelend nadeel was dat er soms al iemand in de lift stond.
  • Ik schrijf nooit met een blauwe balpen. In mijn handtas zit altijd een zwart exemplaar. Ik zeg liever dat ik analfabeet ben dan dat ik een blauwe pen aanraak. Ik heb een sterk vermoeden dat dit bijgedragen heeft aan mijn diagnose. Nadat de psychologe 6 verdiepingen lager een zwarte stift voor mij was gaan zoeken (mijn balpen was leeg), schreef ze prompt in haar verslag:
    ‘ Patiente weigert halsstarrig met blauw te schrijven.’
  • Als ik lees, open ik mijn boeken maar half. Vrienden en kennissen lenen zelden boeken van mij omdat ze teveel stress ondervinden.
  • Elke dag probeer ik de klok op 22u22 te zien springen.

  • Ik weiger koffie uit grote koppen te drinken. De koffiedame van het centrum waar ik cursus volg, steekt  automatisch haar hand uit om mijn meegebrachte kop en schotel in ontvangst te nemen.


Kwaadwilligen denken misschien aan dwangneurose of Obsessief Compulsieve Stoornis (OCD). Ze dwalen.