winkel

de winkel, zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak: [ˈwɪŋkəl]
Verbuigingen  winkel|s (meerv.)
bedrijf waar je dingen kunt kopen
Voorbeeld: `speelgoedwinkel`
op de winkel passen: zorgen dat alles blijft gaan zoals het ging en verder niets veranderen

Als vijftigplusser heb ik de periode van de kleine buurtwinkels meegemaakt. Het was voor mij een feest om er ‘s zondags met het boodschappenlijstje van mijn moeder naar toe te trekken, de geuren op te snuiven en de winkelierster gade te slaan terwijl ze alles afsneed, woog en verpakte. Het snoeprek was voor mij taboe, want mijn papa had mij verteld dat enkel kindjes van proletariërs ’s zondags centjes kregen om snoep te kopen. Proletariër was dan ook lange tijd mijn droomberoep.

In mijn studententijd heb ik zowel in een buurtwinkel als in een gigantische supermarkt gewerkt. Heel fijne ervaringen.  Ik vond het zalig om dingen uit te pakken en op de millimeter nauwkeurig in de rekken te plaatsen. In de groente- en fruitafdeling duurde het iets langer om door mij bediend te worden, omdat ik exact het gevraagde gewicht wou geven en desnoods de items een aantal keer verving door lichtere of zwaardere exemplaren. En gelukkig moest ik maar een halve dag met een walkie talkie door de supermarkt rondstruinen om de prijs te zoeken van artikels zonder etiket. Keer op keer slaagde ik erin de weg kwijt te raken (NLD) en verzon ik vlug een prijs omdat de caissière geërgerd aangaf dat de rij wachtende klanten aangroeide.

Zelf winkel ik bijna altijd in mijn buurtsupermarkt: ik weet er alles staan en het aanbod is beperkt, zodat ik mijn vertrouwde producten dadelijk terugvind. Bovendien ken ik alle medewerkers, en slaan we altijd een babbeltje. Handig op dagen dat ik geen cursussen volg want ik verplicht mijzelf om elke dag minstens 5 verschillende contacten te hebben, kwestie van geen kluizenaar te worden. In asociale periodes gebeurt het dat alle 5 contacten in die winkel plaatsvinden. Waarop ik mij de rest van de dag opgelucht in de zetel of in bed installeer, voor een lees- of filmmarathon.

Als ik naar de markt ga, volg ik een vaste parcours langs de kramen en koop ik min of meer dezelfde dingen. Mijn boodschappenlijstje (er zijn eerst 2 kladversies) is in volgorde van kramen opgesteld. Mensen die zonder plan inkopen doen vind ik heel eigenaardig.

Ik bezoek veel en graag boekenwinkels, maar ze maken de perfectionist in mij wakker. Elke stapel die niet recht ligt, wordt herschikt en boeken die niet op de juiste plek staan, zet ik waar ze horen. Nadeel is dat klanten mij vaak info vragen omdat ze denken dat ik een winkelbediende ben.