woning

woning

de woning zelfst.naamw. (v.)
uitspraak:   [ˈwonɪŋ]
verbuigingen:   woning|en (meerv.)
huis, appartement of etage waar je woont
synoniemen:   woonruimte, woonst

 

De laatste 30 jaar ben ik 7 keer verhuisd. Eerst ging het om studentenkoten waar ik quasi permanent verbleef, daarna om woningen. Ze hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Alle hebben geen rechtstreeks contact met de straat. De laatste woningen hebben bovendien zicht op groen.

Een woning is voor mij een plek waar ik mij volledig kan terugtrekken en zo weinig mogelijk gestoord word. Je doet mij absoluut geen plezier door onaangekondigd aan te bellen. Ik heb trouwens de gewoonte een defecte bel pas na ettelijke maanden te herstellen.

Wat niet wil zeggen dat ik geen bezoek ontvang: ik kook graag en goed en heb geregeld eters over de vloer. Bijlessen en groepswerken (tijdens mijn studies) organiseer ik thuis, omdat dit een vertrouwde omgeving is en ik op weg naar medestudenten zou verdwalen.

Mensen die de eerste keer bij mij binnenkomen, denken dat ik er pas woon omdat er weinig meubels staan. Ik vind het prima :  lege ruimtes geven mij een gevoel van rust. Door mijn NLD loop ik overal tegenaan en op deze manier kan ik mij minder snel kwetsen. Tenslotte is het ook veel efficiënter schoonmaken.

Mijn laatste appartement was heel  bijzonder. Het werd in 1934 gebouwd door een Joods architect die daarna naar New York is gevlucht en er wolkenkrabbers heeft gebouwd. Tijdens de tweede wereldoorlog was het achterste gedeelte door een valse wand afgesloten, waarachter een Joodse familie zich schuilhield en de nazi’s overleefde. Alle eigenaars in het appartementsgebouw hebben bij renovatie schuilplaatsen ontdekt, soms maar groot genoeg voor 1 persoon.

Toen ik het gigantische appartement met mijn ex kocht, was het in slechte staat. We hebben werkelijk alles vernieuwd: badkamer, keuken, ramen, elektriciteit, bezetting, … 12 jaar heeft dit in beslag genomen. De enige plaats waar we in die periode niet geslapen hebben, is het toilet.

Omdat het appartement zoveel kamers telde, kon ik mij volledig laten gaan qua kleuren: grijs, oranje, geel, blauw, groen, paars, rood… Nochtans is het geen kakafonie geworden. Alle deuren, ramen en gordijnen hadden dezelfde neutrale kleuren. En uitgezonderd de bibliotheek, waren alle ruimtes sober ingericht.

De gang die meer dan 35 meter lang was, fungeerde als expositieruimte. De affiches die er hingen, gaven een mooi overzicht van de tentoonstellingen die ik in de loop der jaren bezocht. Instant vakantiegevoel verzekerd.

Sedert mijn 18de was ik een stadsmeisje en dat beviel me. Maar mijn familie woont op het platteland. Nadat mijn buurman 7 jaar geleden meer dan een week dood lag terwijl ik in New York zat, werd ik bang  voor hetzelfde lot. De tweede en derde revalidatieperiode na mijn knieoperaties heb ik dus in het groen, bij familie doorgebracht. De diagnose autisme had mij ook doen inzien dat ik beter meer tijd in de velden spendeerde.

Het huis van mijn moeder werd  verbouwd tot een woning met zorgwoning. Het is een studio op de eerste verdieping met een heel groot terras en aparte buitentrap. Grootste troef is de pelletkachel die heel rustgevend werkt. Net als in Antwerpen was het karig bemeubeld.

2 jaar lang woonde  ik op 2 adressen. Tijdens mijn werkweek sliep ik 1 à 2 nachten in Antwerpen. De andere dagen was ik een plattelandsmeisje in de studio. Het dorpse leven ging mij heel goed af:  ik had een vaste koffiebar, boekenwinkel en supermarkt, was lid van de bibliotheek en deed aan yoga.

Intussen ben ik op pensioen gesteld en is mijn art deco appartement ingeruild voor een klein schattig huis met tuintje in het dorp. Het bevalt mij uitstekend. In de stad kom ik nog zelden.