woning

woning de woning zelfst.naamw. (v.) uitspraak:   [ˈwonɪŋ] verbuigingen:   woning|en (meerv.) huis, appartement of etage waar je woont synoniemen:   woonruimte, woonst   De laatste 30 jaar ben ik 7 keer verhuisd. Eerst ging het om studentenkoten waar ik quasi permanent verbleef, daarna om woningen. Ze hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Alle hebben geen rechtstreeks contact met … Meer lezen over woning