huishouden

al het werk dat in huis gedaan moet worden
vb: zijn vrouw zorgt voor het huishouden

synoniem: huishouding, bewoners van een huis, gezin
vb: het is een rommelig huishouden bij die studenten
een huishouden van Jan Steen
[een rommelige, ongeorganiseerde boel]

Bij ’huishouden’ denk ik spontaan aan het werkwoord, niet aan het zelfstandig naamwoord. In mijn geval gaat het effectief veeleer om ‘tekeer gaan’, dan om een controle van mijn directe leefomgeving.

Autisme, NLD en een knieprothese zijn een duivels trio bij het  verrichten van huishoudelijke taken.

Door mijn NLD stap ik -zelfs in mijn eigen huis- geregeld de verkeerde ruimte binnen. Bovendien bots ik overal tegenaan en kwets ik mij aan strijkijzer, messen, papier, scharen, beddenpoten, tafelhoeken, …

Mijn autisme zorgt dan weer voor overprikkeling: er zijn weinig schoonmaakproducten die ik verdraag en ik gruw van de hoge geluidsfrequentie en de geur van een stofzuiger. Als detaildenker heb ik ook geen overzicht.

Zware voorwerpen tillen of lang rechtop staan zijn onmogelijk door mijn knieprothese.

Een dag als zovele andere:

Ik ben van plan de living te poetsen. Vol goede moed breng ik alle rondslingerende tijdschriften naar mijn bureau (eerste verdieping, zeer steile trap). Nadat ik per vergissing eerst mijn slaapkamer (tweede verdieping, eerder ladder dan trap)  ben binnengestapt en mij gestoten heb aan de beddenpoot, beland ik in mijn bureau. 

Daar merk ik dat er een aantal boeken op een bijzettafeltje liggen en ik plaats ze, volgens taal, genre en alfabet in een boekenrek. Gevaarlijk! Voor ik het weet, is er een uur verstreken omdat ik al mijn boekenrekken aan het screenen ben op boeken die ik nog wil lezen of herlezen.

Intussen ben ik ijverig post-it’s in strookjes aan het knippen om die boeken te markeren.

Maar eerst heb ik de lade waarin de gele briefjes lagen, omgekieperd en de pennen, potloden, gommen,… volledig herschikt volgens kleur en grootte.

Die avond ga ik boos slapen omdat mijn living er nog steeds rommelig bijligt. Ik heb 2 blauwe plekken op mijn been en een pleister om mijn vinger. Bovendien is mijn lievelingsglas gebroken.

Na intense inspanningen ligt mijn huis er na een opruimbeurt  zeer netjes bij. Maar omdat het hele proces  de nodige tijd in beslag neemt, is er een chaotische overgangsfase. In die periode zouden inbrekers zich prompt omdraaien en uitroepen: ‘Oei, hier zijn we al geweest’.

Over naar plan B: de poetshulp.

Mevrouw L.
was een plezier in huis want ze zong prachtige, nostalgische Kaapverdische liederen. Maar omdat ze niet kon lezen of schrijven, besefte ze niet dat de streepjes en cijfers op de knop van een wasmachine geen decoratieve functie hebben en had ze die er ijverig afgeschuurd.  Na een periode van trial en error, ben  ik erin geslaagd met stift de juiste markeringen aan te brengen, zodat mijn kleren niet langer op kooktemperatuur gewassen worden.

Mevrouw C.
had 30 jaar ervaring en ging als een wervelwind door mijn huis, dat schitterde als nooit tevoren. Spijtig genoeg was ze zo snel dat ze vóór en ná pauzes nam om mij uitvoerig op de hoogte te houden van haar ingewikkelde privéleven en lamentabele gezondheid. Bovendien haakte ze de helft van de tijd af. Na 1 jaar was ik zo uitgeput in een kraaknet huis dat ik haar op doktersadvies moest ontslaan.

Mijnheer G.
is piepjong, poetst grondig maar strijkt niet en is met wisselend succes aan het leren ramen te lappen. Verhalen over zijn ingewikkelde privéleven zijn kort want hij heeft geen tijd om vóór en ná pauzes te nemen.

Het poetsen ligt voorlopig in de goede handen van mijnheer G. Ik houd mij enkel nog bezig met de organisatie van mijn huishouden. Gelukkig kan ik hiervoor beroep doen op mevrouw S., mijn begeleidster. Meer daarover later in de column ‘organiseren’.